Joery Geen reacties

De derde dinsdag in september is traditioneel gereserveerd voor het uitspreken van de troonrede door koning Willem-Alexander. Op deze dag presenteert minister van Financiën Jeroen Dijselbloem zijn Miljoenennota. Wat verandert er voor u?

We zetten de belangrijkste punten uit de Miljoenennota voor u op een rij. Uiteraard met speciale aandacht voor de wijzingen op hypotheek- verzekeringsgebied.

• De eenmalige vrijstelling in de schenkbelasting voor personen van 18 tot 40 jaar wordt vanaf 2017 uitgebreid. Het kabinet verruimt de vrijstelling naar € 100.000 en iedereen mag schenken. De ontvanger moet het bedrag besteden aan de eigen woning of aan de aflossing van hypotheek- of restschuld.

• Het maximale aftrektarief voor de kosten van eigenwoningschulden in de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2017 verlaagd van 50,5% naar 50%. Deze geleidelijke verlaging van het aftrektarief loopt door tot uiteindelijk een aftrektarief van 38% in 2042.

• Het maximale leenbedrag ten opzichte van de waarde van de woning wordt verder beperkt van 102% tot 101% per 1 januari 2017. Dit wordt verder verlaagd naar 100% in 2018.

• De NHG-grens wordt vanaf 2017 jaarlijks op 1 januari gekoppeld aan de gemiddelde huizenprijs.

• De huurstijging per individuele woning bedraagt volgend jaar maximaal 2,5% plus inflatie. Voor scheefwoners, mensen met een te groot inkomen voor een sociaal huis, is een huurverhoging mogelijk van inflatie plus 4 procent.

• Het verplichte eigen risico in de zorg blijft in 2017 gelijk aan 2016, € 385 per jaar.

• De premie voor het basispakket van de zorgverzekering gaat stijgen, naar verwachting rond de € 3,50 per maand. Dit bedrag kan per verzekeraar verschillen.

• De maximale zorgtoeslag gaat in 2017 iets omhoog. Het gaat om een stijging van ongeveer 2 euro per maand.

• De vrijstelling op de vermogensrendementsheffing gaat in 2017 omhoog van € 24.437 naar € 25.000 per persoon.

• Tot en met 2016 gaat de Belastingdienst uit van een rendement van 4% op het vermogen. Vanaf 1 januari 2017 wordt het rendementspercentage afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Bij een hoger vermogen komt u in een andere schijf terecht en gaat de Belastingdienst uit van een hoger rendement.